zondag 23 januari 2011

Thanks, love

Ik stelde het me voor, vroeger. Hoe het zou zijn om mijn prins op het witte paard te vinden. Ik zwijmelde weg bij romantische verhalen, zong vol verwachting en hoop liedjes over liefde en hoe die je wereld verandert. En ik durf het niet te vaak te zeggen, niet te vaak te denken, bang dat het txe9 fijn is om waar te kunnen zijn, of blijven, allemaal. Maar ik vond mijn prins. 

Het is zo raar, om opeens je alles te delen met iemand die je daarvoor niet kende. Het is wennen, en fantastisch en doodeng. Het voelt zxf3 goed, mijn lief en ik, dat het me eigenlijk niet eens uitmaakt hoe lang het duurt. Want vooral sinds de dood van Andreas ben ik constant aan het genieten van het nu. En ik heb zoveel geleerd, zoveel gevoeld, zoveel gekregen in de tijd dat ik mijn lief liefheb. 

Het is niet zoals ik het me voorstelde, niet zoals ik had kunnen bedenken. Het is anders, en soms veel beter. Hij voelt als een vangnet, als frisse lucht, als de zon, als muziek, als een warm bad, als een deken, als een vriend. En hij houdt ook van mij. En hij blijft bij me, omdat we ondanks alle shit het zo goed doen, samen. We voelen goed.

Dus ik zeg graag dat we gaan trouwen en mooie kindjes gaan maken. En dat we over 60 jaar nog net zo gelukkig met elkaar zijn als nu. Maar stel dat het nou niet zo mag zijn.. Als het mis gaat tussen ons, binnenkort of over een hele tijd.. Dan heeft de liefde me wel een verdomd mooie tijd gegeven. 

dinsdag 4 januari 2011

2010 - deel 4

In oktober was ik een jaar ziek. Ik stond op een punt waarop ik nooit gedacht had te staan. Ik ging regelmatig naar de psychologe die eigenlijk ook niet zo goed wist hoe ze me kon helpen. Maar het hielp al om met iemand te praten die ik niet kende, over hoe machteloos ik me voelde, hoe alleen, hoe ziek. Ondertussen was ik ook naar een irisscopist geweest, die me probiotica had gegeven. Op dat moment slikte ik bij elkaar 17 medicijnen per dag. Ik voelde me ziek.
Toen werd het november. Mijn lief vond dat ik Wajong moest aanvragen. Ik voelde me er nog zieker door. Voor elke stap vooruit deed ik er twee achteruit. We probeerden zoveel mogelijk leuke dingen te doen samen. Maar wat was het frustrerend als dat niet lukte, als ik niet eens mee kon gaan boodschappen doen, als ik 's middags omviel van pijn en moeheid. Ik begon me langzaam te realiseren dat ik waarschijnlijk in januari nog steeds geen stage kon lopen, iets dat ik zo gehoopt had. Dagen begonnen voorbij te vliegen, terwijl ik op de bank hing en beter wilde zijn. Eind november zei ik tegen mijn lief: "en toch. Tóch ben ik gelukkig. Is dat niet raar?"
December 2010. Net als elk jaar vol feestdagen en verjaardagen. Veel lieve mensen om me heen, veel lieve woorden gehoord. Tijdens het natafelen op 2e kerstdag zei broertje Y.:" jij hebt toch eigenlijk een kutleven." Ik probeerde hem uit te leggen dat hoe ziek ik soms ook was, hoe veel pijn ik vaak ook had, ik me ook de positieve dingen realiseerde. Ik had echt hele lieve vrienden, familie, en mijn lief. Ik had ook een ergere ziekte kunnen hebben. Ik geniet van de momenten waarop het allemaal wel even gaat.
En zo realiseerde ik me, in die laatste dagen van 2010, dat het toch eigenlijk wel een mooi jaar was geweest. Werd ik weer bevestigd in hoe fijne vrienden ik heb. Werd ik nog zekerder van de liefde tussen mijn lief en mij. Het enige dat anders zou willen in 2011, is een beetje meer gezondheid.

2010 - deel 3

De coloscopie was.. hel. Het was nog erder dan de eerste. Alles er aan was erger. Het laxeermiddel had een citroensmaakje, waardoor het niet alleen nog steeds smerig was, maar ik sindsdien ook niet normaal citroen kan ruiken zonder misselijk te worden. Hoe goed ik ook voorbereid was, niks kan je hier op voorbereiden. Met een hypergevoelige darm, waarbij alles wat er langs komt pijn doet, is het nog erger. Ik lag met een krampende lege darm te huilen op de bank, opgekruld onder de deken. Ik was het zat. "Ik wil niet meer, ik wil niet meer", fluisterde ik tegen mijn lief, die van ellende ook niet wist wat hij moest doen, hoe hij kon reageren. De volgende dag moest ik weer naar de wc. Er kwam dan wel alleen een doorschijnende vloeistof uit, ik was wel een beetje verbaasd, ik zou ondertussen toch echt leeg moeten zijn. Ondertussen had ik al 24 uur niet gegeten en was er twee liter laxeermiddel, plus nog vier liter andere vloeistoffen door mijn darmen gegaan. We maakten ons klaar om te gaan. Van de vorige keer wist ik nog dat ik toen ik bijkwam uit het roesje ik enorm honger had gehad. Voedsel ingeslagen voor twee dagen dus, en op naar de kliniek.
Ik kreeg de zelfde rare wijde broek aan als vorige keer, met een gat van achteren. Ik ging alvast liggen terwijl we op de zuster wachtten en voelde me eigenlijk wel rustig. Straks zou ik een prik krijgen en hoewel ik heel erg pijn zou hebben, ik zou het na afloop toch allemaal niet meer weten. Toen kwam de zuster binnen. Ze zei tegen me dat het praktischer zou zijn als mijn lief in de wachtkamer zou wachten. Toen begon ik zó te huilen. Ik wist wel dat ik het me niet zou kunnen herinneren, maar het idee daar alleen pijn te moeten lijden na zo'n vreselijke 24 uur stond me enorm tegen. De zuster schrok en zei dat hij wel mocht blijven, maar dan moest hij wel in de hoek op een stoel blijven zitten. Ik vond het allang best, als hij maar mocht blijven. Ik voelde me enorm kinderachtig, maar was blij dat hij bij me zou zijn. Toen kwam mijn MDL-arts binnen. Hij controleerde mijn hartslag en vroeg hoe het ging. Ik zei dat ik er heel erg tegenop zag en dat ik minstens zoveel verdoving als vorige keer wilde hebben. Hij lachte en zei dat hij dat zou regelen. Hij legde kort de procedure uit, al wist ik het nog van vorige keer. Het enige nieuwe was dat ze nu tot in mijn dunne darm zouden gaan kijken, en meer biopten zouden nemen. Toen kreeg ik de verdoving en het volgende dat ik me herinner is dat ik wakker werd en mijn lief naast me zat in de uitslaapkamer.
Net als vorige keer was ik behoorlijk in de war en schijn ik dingen meerdere keren gevraagd en gezegd te hebben. Ik herinnerde me wel dat ik vorige keer echt niet zo'n pijn had gehad. Ik moest eigenlijk nog even slapen, de ingreep had langer geduurd dan vorige keer en ik had veel meer verdoving gekregen. Maar het enige dat ik wilde was naar huis, dus ik deed mijn best wakker te blijven. Ik heb wat gegeten en toen de MDL-arts binnenkwam vertelde hij dat het goed was gegaan. Mijn darm was nog best vies geweest, gezien het feit dat ik zo goed had gelaxeerd. Dit was wel een bevestiging dat er echt iets niet goed ging daaro. Hij had heel veel biopten genomen, door de hele darm heen. Daardoor en doordat het langer had geduurd deed het waarschijnlijk meer pijn dan vorige keer. Sowieso was dat al een pijnlijke bedoening, vanwege de overgevoeligheid van mijn darm. Maar goed, ik mocht naar huis zodra ik kon staan. Dus probeerde ik pijn en duizeligheid te negeren waarna we naar huis gingen.
Voor zover ik me kan herinneren heb ik de week erna vooral geslapen. We hadden het bed opgezet in de woonkamer en tussen het slapen door keek ik af en toe televisie. Na een week begon mijn hoofd eindelijk wat helderder te worden, al bleef mijn buik ontzettend pijn doen. Tijd ging langzaam, maar uiteindelijk werd het dan toch oktober.

2010 - deel 2

Tegen juni had ik het hele jaar al opgezien. Mijn lief ging naar Zuid-Afrika en ik bleef thuis. Maar ik had een missie: als hij thuis zou komen zou ik beter zijn. En er is een week geweest waarin ik dacht dat het beter ging. Waarin ik dacht dat het eindelijk over zou zijn allemaal. Maar de pijn kwam net zo hevig, zo niet heviger, terug. Ondertussen ging ik nergens meer heen zonder laptop en webcam, we spraken elkaar bijna elke dag. Bizar als je bedenkt hoe klein de afstand tussen Zuid-Afrika en ons kikkerlandje dan is. We deelden liedjes, foto's en gebeurtenissen met elkaar. En ik had de ene afspraak na de andere, vermaakte me met vrienden en met voetbal kijken. Ik was gelukkig.
In juli verloor Nederland van Spanje in de WK-finale. Mijn lief kwam eindelijk thuis. We verdwenen naar Turkije en in elkaar. Opnieuw wennen, en elkaar vinden. Ik was gelukkig.
In augustus begon ik me druk te maken. Ik moest een stage vinden, maar voelde me er niet toe in staat stage te lopen. In de laatste week van augustus werd ik uitgenodigd voor een gesprek. Na dat gesprek realiseerde ik me dat ik nu helemaal niet kon werken, laat staan me er voor 100% ingooien, 42 uur per week. Na met lief en moeder gepraat te hebben besloot ik iets ingrijpends. Ik zou tegen mijn StudieLoopbaanBegeleider (SLB'er) zeggen dat ik te ziek was om stage te kunnen lopen.
Begin september was ik vooral bezig met dingen regelen voor school. Wat kan, wat kan niet. Hoeveel geld moet ik lenen van DUO nu ik geen studiefinanciering meer krijg, en geen stagevergoeding, en geen werk heb. Welke dingen moet ik dit jaar nog regelen. Het werd me even allemaal te veel, en ik werd doorverwezen naar een psycholoog die me zou kunnen helpen omgaan met het ziekzijn. De eerste afspraak had ik eind september, 9 dagen na mijn tweede coloscopie.

maandag 3 januari 2011

2010 - deel 1

Net als vorig jaar schrijf ik op de derde dag van het nieuwe jaar een overzichtje van het vorige. 2010 was een lang jaar. Een moeilijk jaar. 2009 was het jaar van de liefde, 2010 het jaar van de ziekte. Ziek zijn zuigt. Gelukkig waren er genoeg hoogtepunten in 2010, waardoor soms de tijd iets sneller ging, waardoor ik kon blijven lachen, waardoor het uiteindelijk toch een gelukkig jaar was.

Eind januari begon ik met de minor Filosofie. Noodzakelijkerwijs, want toen al was ik te ziek om stage te kunnen lopen. Maar die minor was het helemaal. Ik voelde me compleet op mijn plek. Ik leerde opnieuw luisteren, denken en uitleggen. Hoe meer ik nadacht, hoe zekerder ik werd over mijn leven. Over de manier waarop ik dingen doe en wil. Ik was gelukkig.

In februari kreeg ik mijn eerste coloscopie. Het was vreselijk, de week erna wilde de lucht niet meer uit mijn buik, maar toen dat dan eindelijk lukte was de pijn al snel minder. Het was zo'n geruststelling dat ik dxe1t gehad had en niet meer hoefde. Wist ik veel. Ik leerde steeds meer op school, het ging eigenlijk hartstikke goed en ik was blij dat ik had besloten de minor te doen in plaats van stage te lopen, dat had ik nu echt niet aangekund. Ik bakte taarten, iets dat ik bedacht had dat ik kon doen als mijn lief er niet was. Ze lukten wonderbaarlijk goed. Ik was gelukkig.

In maart had ik een jaar verkering met m'n lief. Een jaar pas, terwijl het voelde alsof we elkaar al jaren kenden. Om het te vieren brachten we een zonnige middag door op Katwijkerzand. Het hondje rende uitgelaten door het zand, wij zaten te knuffelen in de zon in een geul. Ik was gelukkig.

In april gingen mijn lief en ik samen naar Barcelona, waar ik viel voor de overweldigende schoonheid en warmte van die stad. Dagenlang lopen, 's avonds in bad, veel foto's, veel lachen, veel praten. Ik was gelukkig.

In mei werd ik 22 jaar. Mijn lief was in Mexico. Ik was thuis. De avond ervoor was ik bij mijn ouders, kwamen er vrienden langs en hebben we gelachen en gedronken. Net als de voorgaande jaren sliep ik samen in bed met mijn jarige broertje, zodat we 's ochtends de eerste waren die elkaar feliciteerden. Die ochtend kwam er een bezorger met een grote bos rode rozen aan de deur, van mijn lief. Die middag kwamen familie en vrienden, en de moeder van mijn lief. Ik was gelukkig.

dinsdag 28 december 2010

De wereld draait door

Ik heb het moeilijk. Dat wil ik niet, maar het is zo. Het is niet alleen de pijn. Het is het ziek-zijn dat me nekt. Het voelt alsof de wereld draait en ik er naast sta te wachten tot ik weer mee kan draaien. En het duurt me allemaal te lang. Ik wil aan de slag, stage lopen, leren. Ik wil zo moe zijn dat ik in slaap val op de bank, maar wel doordat ik veel gedaan heb. Niet omdat ik de hele dag, week, maand, pijn heb en dat al mijn energie opslokt. Ik wil sporten, mijn lijf weer fit krijgen, maar de energie zit al in blijven staan. Tegenslag na tegenslag en mijn lijf knokt door maar betaalt wel de prijs. Net als mijn hoofd. Ik verander langzaam in een ziek mens, en niets meer dan dat. En dat wil ik niet. Het komt wel weer goed. Dat weet ik wel. En misschien volgende maand al. Wie weet. Ik zal nooit meer helemaal gezond zijn. Maar ik wil weer leven. Meedraaien met de wereld.

dinsdag 5 oktober 2010

Uitlaatklep

Ik heb iets nodig. Iets waar ik kan huilen, boos kan worden, gedachten kan delen, mezelf kan zijn. En ik heb gelukkig hele lieve mensen om me heen, maar toch is dat soms niet genoeg. Soms heb ik dit log nodig.

Het gaat namelijk nog steeds helemaal niet goed met me. En niemand weet wat er met me is, behalve dat het heel duidelijk is dat mijn darmen helemaal niet goed werken. De diagnose staat nog steeds op PDS. Ik heb vreselijk vaak en veel pijn, de afgelopen maand zelfs zo vaak en veel dat ik niet lang kan zitten en ik het grootste gedeelte van de dag in bed doorbreng. Ik heb moeten accepteren dat ik geen stage kan lopen, niet kan werken, dit jaar waarschijnlijk niet afstudeer. Ik heb het moeilijk.

Mijn lief is zo lief. Hij raakt het niet zat om voor me te zorgen, accepteert mijn woede- en huilbuilen, hij wil nog steeds voor altijd bij me blijven. Het kost me mpoeite me over te geven aan het ziekzijn, ik vind het moeilijk dat ik dingen niet zelf kan, dat ik dingen moet vragen. Zelfs als ik weet dat hij het niet erg vindt omdat hij alleen maar wil dat ik me beter ga voelen. Net zoals mijn moeder dat zou willen, en mijn vrienden. Ik kan het wel allemaal niet wxedllen, het ziekzijn, het behoeftig zijn, maar ik bxe9n het wel.

Na maanden pijn wil ik zo graag weer dingen doen. Ik wil weer zangles, ik wil leren, ik wil collega's. Ik wil 's avonds naar bed gaan met het idee dat de dag nuttig is geweest. Allemaal dingen die mijn lichaam me onmogelijk maakt. En mijn hoofd kan het niet meer aan.

Ik heb mijn meest heftige periodes hier op deze plek op het www gekwakt, toen Andreas 5,5 jaar geleden overleed, en ik meegesleept werd door verdriet. Ik ken mijn donkerste gedachten en grootste huilbuien. Nu zorgt een lijf dat niet wil, met een hoofd dat wel wil, ook voor verdriet. Maar ik kom er niet meer uit, deze keer. Ik kom niet tegen de heuvels op en blijf in de dalen hangen. Ik weet wel dat ze er zijn, die heuvels, maar ik heb een duwtje nodig. De duwtjes van de lieve mensen om me heen helpen niet voldoende.

Vorige week ben ik voor het eerst bij de psychologe geweest die gaat proberen mij te helpen die heuvels op te komen en de dalen minder diep te maken. Samen met mijn MDL-arts wil zij ervoor zorgen dat mijn gezondheid herstelt, psychisch en lichamelijk. 

Ik heb het moeilijk. En er zijn veel lieve mensen maar er zijn ook mensen die het niet snappen. Die het chronisch ziekzijn vergelijken met een griepje. Die niet snappen dat als niemand weet wat er mis is met je lijf, je niet meer durft te denken, ach, het zal binnenkort wel beter gaan. Want hoe vreselijk graag ik dat ook zou willen, ik heb dat te vaak gedacht het afgelopen jaar. Ik pest mezelf, als ik dat blijf denken. Ik hoop het zo. Maar ik weet ook dat ik niet zomaar beter zal zijn. Dat mijn hoofd en mijn lijf zullen moeten wennen aan geen pijn hebben. En dat mijn darmen waarschijnlijk de rest van mijn leven lastig zullen zijn. Want ik ben ziek. Chronisch ziek. En ik moet leren daarmee om te gaan. Met hulp van mijn psych en arts. Met hulp van mijn lieve lief, ouders en vrienden. En, hoop ik, met een beetje hulp van mijn oude vertrouwde plekje hier. Mijn nieuwe oude uitlaatklep.

dinsdag 22 juni 2010

Normaal

Daarnet zat ik in de internationale trein van Duivendrecht naar Hilversum. Het was niet heel druk, maar de coupxe9 was ook zeker niet leeg. Rechts van me zaten twee Duitsers, daar achter een jongeman met een krant. Voor mij zat een ouder echtpaar. Achter mij een man met een meisje. Ik kon ze niet zien, maar hoorde het meisje zeggen dat de stoelen zo zacht waren en ze vroeg zich hardop af hoe lang de reis nog zou duren.

Nadat ik T-Mobile had lopen vervloeken omdat de verbinding van mijn mobiel weer eens weg viel, liep de man die achter mij zat naar voren. "Pardon, mag ik u iets vragen", vroeg hij het echtpaar voor mij, "zou ik even mogen bellen, ik ben mijn mobiel vergeten. Ik kan u ervoor betalen." Helaas had mevrouw haar telefoon uitstaan omdat ze net uit het vliegtuig kwam en meneer keek naar buiten. Hij probeerde het bij de krantlezende jongen. "Ik heb geen beltegoed." De Duitsers verstonden hem niet. Hij wilde het al opgeven en liep terug naar zijn plek toen ik hem mijn telefoon aanbood. Met een schuin oog keek ik op het schermpje en zag dat er gelukkig weer wat verbinding was, anders was het wel een heel loos aanbod geweest. 

De man belde, hing weer op, en had al wat kleingeld in zijn hand dat hij mij aanbood. Ik weigerde, natuurlijk.

Wat is dit voor rare wereld als we elkaar met zo iets makkelijks niet even willen helpen? Ik hoop van harte dat als ik ooit zonder mobiel zit ik gewoon mag bellen van iemand...

donderdag 17 juni 2010

Acht maanden

Ik was best wel ziek. Nou ben ik wel vaker ziek dus is dat behalve vervelend niet echt iets bijzonders. Ik ga dan gewoon door met school/werk, of ik val neer en wacht gedwongen tot ik me beter voel. Maar de afgelopen acht maanden, sinds oktober, was ik best wel ziek. Ik ben nog nooit acht maanden ziek geweest. Ik ben er achter gekomen dat je niet acht maanden "gewoon" kan doorgaan. Maar ik kon ook niet wachten tot ik beter zou worden. Dat wist ik toen de arts zei dat het wel een half jaar kon gaan duren voor ik me weer een beetje normaal zou voelen. Mits ik medicijnen zou blijven slikken. Dat was in januari.

Ik was dus best wel ziek. Ik was net twee maanden mijn ouderlijk huis uit. Mijn lief maakte elke twee weken een reis. Als hij er was zei hij lieve dingetjes en aaide over mijn buik. Maar ik werd maar niet beter. Als ik naar school was geweest stortte ik thuis in. Als ik niet naar school ging lag ik huilend van de pijn op de bank. Als ik had gewerkt moest ik het hele weekend bijkomen om maandag weer naar school te kunnen.

Als mijn lief thuis was deden we ons best om leuke dingen te doen. Een paar dagen Luxemburg in december. Strompelend door straatjes, soms minutenlang tegen elkaar aan stilstaan, wachten tot ik me weer bewegen kon en elke avond vroeg naar bed. Maar wat zagen we mooie dingen samen en wat was het fijn. We waren dichter bij elkaar gekomen. Ik heb de hele terugweg geslapen.

Ik was best wel ziek. In maart kreeg ik een endoscopie. Ik mocht anderhalve dag niks eten, maar na twee glazen laxeermiddel en nog zes te gaan had ik daar ook niet bepaald behoefte aan. Na de endoscopie zat mijn buik vol lucht. Pas na vijf dagen kwam die lucht eruit. Lucht doet pijn.

Ik begon aan een minor filosofie. Weinig lesuren, veel thuiswerken. Dat betekende veel kunnen slapen voor, tijdens en na het leren. Mijn lief moest regelmatig weg. Ik zou het fijn hebben gevonden als ik me minder rot voelde als hij er wxe9l was. Maar mijn lijf luisterde niet. Eind maart had ik er genoeg van. Huilend snikte ik tegen de borst van mijn lief dat ik niet meer ziek wilde zijn. Mijn lijf was er zo moe van. Ik voelde me oud. Ik gunde mijn lief een gezond meisje, geen ziek oud mens. Hij kuste me en fluisterde dat hij mxedj dat toewenste. 

Eind april gingen we een paar dagen naar Barcelona. Voor het eerst samen met mijn lief weg zxf3nder overheersende pijn. Nog steeds veel uitrusten, vroeg naar bed, rekening houden met mijn buik, maar minder pijn.

Eind mei realiseerde ik me dat het beter ging. In plaats van xe9xe9n stap vooruit en twee achteruit, werd het twee stappen vooruit, xe9xe9n achteruit. Toch werd alles me soms teveel. Dat klinkt dramatisch, en zo voelde het ook. Ik was zo moe van het vechten tegen ziek zijn, zo moe van proberen positief te zijn, zo moe van dingen wel willen maar niet kunnen. In de tijd dat ik mijn lief ken ben ik langer ziek geweest dan gezond. Dat klopt niet. Het mocht wel over zijn van me. Het mag wel over zijn.

Pas sinds een week of twee, drie, realiseer ik me hoe ziek ik was. Hoe rot de afgelopen acht maanden geweest zijn. Hoe vaak ik te moe was of te veel pijn had voor school, werk, vrienden. Hoe ik veel te vaak kreunend van pijn op de bank heb gelegen. Hoe onzeker ik op momenten ben geweest over onze relatie. Hoe bijzonder het is dat mijn lief nooit genoeg kreeg van voor mij zorgen. Hoeveel impact mijn ziekzijn heeft gehad op mijn schoolwerk.

Mijn lief is nu in Zuid-Afrika aan het werk. Hij is daar zolang het Nederlands elftal aan het WK meedoet. In januari zei ik tegen hem dat ik in ieder geval beter zou zijn als hij terug zou komen uit Zuid-Afrika. Maar ik voelde me maar niet beter. In maart hoopte ik dat ik beter zou zijn als hij terugkwam. Nu is hij daar. Dus dwing ik mijn lijf beter te zijn. Ik moet trouwens nog heel wat inhalen en maken voor school. Dus wil ik beter zijn. Dat heb ik mezelf en mijn lief beloofd. En ik wil niet meer. Ik ben er zo moe van.

zaterdag 13 maart 2010

Een jaar

Bijna twee jaar geleden ontmoette ik mijn lief. Hij was toen nog de lief van een ander en huisgenoot van vriend S. Hij kwam binnen, stelde zich voor, en ik smolt. Ik geloofde niet echt in liefde op het eerste gezicht, begon al te twijfelen of liefde xfcberhaupt bestond of dat liefde verzonnen was om commercixeble redenen. Maar goed, ik zag hem, werd in xe9xe9n klap verliefd en dacht: shit. Want hij had dus een ander. En daar kom ik dan niet aan hxe8. Want zo ben ik niet.

Februari 2009. Het hondje van S. had puppy's gekregen. Ik zou xe9xe9n van die puppy's krijgen, en ik wilde die eerste weken natuurlijk helemaal mee maken. Dus ik kwam vrijwel dagelijks bij S. (en huisgenoot!) over de vloer. Daar begreep ik dat van die ander geen sprake meer was. Toen ging alles ineens in sneltreinvaart. We gingen met z'n allen wat drinken, ik kwam filmpjes kijken, bleef eten en toen ineens sprak ik zomaar met mijn toekomstige lief af zonder S. er bij. Van te voren trillen als een rietje van de zenuwen, maar als we samen waren voelde het vertrouwd. Op een nacht vielen we in slaap op de bank, verplaatsten naar zijn bed en sliepen (ja, sliepen) daar verder.

Wat was ik verliefd. Hoteldebotel onzeker verslaafd verward vastklampen. Alles was hier en nu en vooral gelukkig zijn zolang het duurt.

Nu zijn we een jaar 'samen'. We wonen samen. We kijken samen naar de toekomst. Gister dacht en zei ik voor het eerst: wij gaan samen oud worden. Nog steeds hier en nu en vooral gelukkig zijn, en dat het lang duurt. Ik hou van ons, samen.

zondag 3 januari 2010

Afscheid van 2009

Op deze derde dag van het nieuwe jaar, neem ik officieel afscheid van het vorige. En what a year it was.
Ik zette mijn eerste stappen in televisieland, werd 21 en dus "volwassen", ben voor het eerst buiten Europa geweest, kreeg een hondje, maar vooral beste mensen, ik werd verliefd. En hij op mij.

Voor het eerst zoenen, vrijen, in de wolken zijn. Voor het eerst hand in hand, voor het eerst schoonouders, voor het eerst lepeltjelepeltje, voor het eerst samen op vakantie. Voor het eerst uit huis, voor het eerst samenwonen. Voor het eerst samen een eigen kerstboom, voor het eerst samen naar een verjaardag. Samen uit eten, samen naar de film, samen het hondje uitlaten. Samen naar mijn ouders, samen naar de zijne. Samen in slaap vallen. Samen wakker worden. Samen nieuwjaarskaarten sturen.
Samen de wereld vergeten.

Ja, we zijn verliefd. En soms vind ik het allemaal moeilijk, vind ik hem moeilijk, vind ik het feit dat we ook zoveel apart zijn moeilijk. Soms weet ik niet of hij 'het' wel is. Soms huil ik van frustratie en omdat ik niet weet hoe het hoort, samen zijn en elkaar vrij laten en toch mezelf blijven. Maar als ik snikkend tegen hem zeg dat ik het soms zo moeilijk vind allemaal en in zijn armen kruip.. Als ik zijn stem voel in zijn borst en hem hoor zeggen dat het ook moeilijk xeds, maar dat we samen zijn en het samen kunnen doen... Als hij dan zegt dat hij van me houdt en het soms een beetje eng vindt dat we zo op elkaar lijken.. Dan zweef ik weer. En hij met me. En dan realiseer ik me dat het allemaal niet uitmaakt, dat we nu leven en nu gelukkig zijn en dat het daar toch zeker om gaat.

2009. Het jaar van samen met mamma naar Obama kijken, van werken bij KidsTop20, van twee vakanties. Het jaar vol liefde en alle wat daar bij komt kijken.

2010 begon met Lief en lieve vrienden. Beter kon ik me niet wensen. Ik kruip weer in de armen van Lief. Mijn lief, die steeds meer mijn vriend en maatje wordt, die ik steeds beter begrijp, met wie ik steeds beter kan praten. Mijn gekke, verwarrende lief, die slecht is in op tijd komen, en zijn werk in het buitenland vakantie noemt. Mijn lief die niet van roti en zee en spelletjes houdt. Mijn lief die zoveel weg is dat ik steeds opnieuw moet wennen aan samen zijn. En dan weer aan alleen zijn. Mijn lief die me zo ontzettend gelukkig maakt xe1ls hij er is, dat ik hem al het voorgaande vergeef.

Mijn gekke lief en gekke ik, we zijn 2010 fantastisch begonnen. 2010 zal net als het voorgaande jaar bergen en dalen hebben. Maar ik ben nxfa gelukkig. En dat is fijn.

Ik wens je een jaar vol goede dingen, liefde en gezondheid. Make it fanfuckintastic. I will.

zaterdag 24 oktober 2009

Meesie

Het is toch wel erg fijn.
Met z'n tweexebn op de bank.
Een lekker warm lijf tegen me aan.

Klik

Ja.
Dat is fijn.

vrijdag 23 oktober 2009

Ammehoela


Vorige week, zo tussen Kenia en Moskou in, zei mijn lief dat hij ergens zin in had. Een drankje dat hij kocht als hij zin had in iets lekker zoets. Amarula, lekkerder dan Baileys. Ik schoot in de lach. Twee jaar geleden nam vriend S. op een feestje dit drankje mee. Hij was aan de late kant dus er was al best wat drank doorheen gegaan. Toen hij de naam van deze drank noemde schoten we allemaal in de lach. ‘Wat zeg je nou?’ vroeg vriendin L. schaterend, ‘ammehoela?’. Sinds dat feestje werd deze ammehoela onmisbaar op elk volgend feestje, want, lekkerder dan Baileys. Ik vond het grappig dat mijn lief hier ineens over begon en dat we weer iets gemeen bleken te hebben.

Gisteravond kwam hij uit Moskou terug. ‘Ik heb een cadeautje voor je’, zei hij. Hij neemt altijd draaiboeken mee van producties waar hij aan meewerkt, dus ik begon al te lachen. ‘Ik heb het alleen niet ingepakt.’ Ik kreeg een grote fles Amarula in mijn handen gedrukt. ‘Om te vieren dat we vanavond samen zijn.’
(Uiteindelijk zijn we tegen elkaar aan op de bank in slaap gevallen, zonder drank. Vanochtend vertrok hij voor vier dagen naar Parijs. Zit ik hier. Met mijn ammehoela.)

donderdag 22 oktober 2009

Weg


Dus nu wonen we samen.
Maar hij is in Moskou.
Vorige week kwam hij terug uit Nairobi.
Vanaf vrijdag zit hij in Parijs.
Dus ik ben best veel alleen aan het wonen.
En ik vind dat hij supercool werk heeft. En ik vind het super dat hij zijn werk cool vind.
Maar ik ben zo ontzettend graag met hem samen.Dus nu mis ik hem even heel erg.

dinsdag 20 oktober 2009

TOTDAT IK JOU – ACDA EN DE MUNNIK


Mooi
Ik zag ook wel hoe mooi de zon
Maar meer voor een ander
En wat dat met die ander doen kon
O, ik zag wel hoe mooi de zon
Maar ik zag nooit wat het moest doen in een lied
Totdat ik jou
Totdat ik jou zag ik dat niet
Mooi
Ik zag ook wel hoe mooi de nacht
Maar meer voor mezelf
Meer alleen voor mij alleen bedacht
O, ik zag wel hoe mooi de nacht
Maar ik zag nooit wat het moest doen in een lied
Totdat ik jou
Totdat ik jou zag ik dat niet
O, ik zag wel hoe mooi de nacht
Maar voor mij was het een nacht en meer niet
Totdat ik jou
Totdat ik jou zag ik dat niet
Totdat ik jou
Mooi
Ik wist wel hoe mooi de regen
Ik wist wel zo koel
Zo ruim maar op
Neem alles mee en spoel maar weg
Ik kan x91r tegen
Ik voelde hoe koel de regen
Ik voelde hoe koel de regen
Voor alles liep ik weg maar dat niet
Totdat ik jou
Pas toen ik jou had ik een lied
Pas toen ik jou had ik een lied
Totdat ik jou