Het gaat goed met me. Denk ik. Zo voelt het in ieder geval, en dat is vaak een goed teken. Sinds kerst. Nee eerder al, sinds 18 december. Ik heb mijn verdrietige momenten. Verdorie, dat mag ook wel, hij was de grote broer die ik niet had. En nu niet meer. Tenminste, niet zoals ik het zou willen. Ik mis hem. Vaak, en tot diep van binnen. Maar veel vaker lach ik. Veel vaker denk ik met een glimlach terug. En vaker, veel vaker dan eerst, denk ik terug aan die vreselijke periode die begon op 3 mei, en nog steeds niet voorbij is.
Met verbazing constateer ik dan dat ik xe9cht mijn Havo diploma heb gehaald, ik examens heb gedaan drie weken nadat mijn wereld ondersteboven was gezet. Vol genegenheid herinner ik me dan de mensen die ons zxf3 geweldig hebben opgevangen, die stuk voor stuk deden wat hen goedleek, al was het voor hen ook niet makkelijk. Men zegt dat je bij nood je vrienden leert kennen. Wij kenden onze vrienden al, zo bleek in onze nood.
Er zitten veel gaten in de afgelopen negen maanden. Ik zou niet weten waar mijn zomer gebleven is. Maar het komt terug. Stukje bij beetje. Vreemd, dat al die maanden weg zijn, terwijl de nacht van 3 op 4 mei, en de hele vierde mei, nog helder in mijn hoofd verschijnen. Ik denk er over het ooit allemaal op te schrijven. Van de condoleance, of wake, zoals wij het noemden, staat me ook niet veel bij. Van de begrafenis herinner ik me de ruimte die overspoeld werd met liefde. En hoe ik daar stond te praten, vastbesloten niet te gaan huilen, dus met een glimlach, terwijl mijn mondhoeken alleen maar naar beneden trokken. En de zon, die zich de hele dag nog niet vertoont had, maar besloot tevoorschijn te komen toen we allen om het graf stonden te zingen, en te huilen. En dat het niet anders had moeten zijn.
Ik kan niet uitleggen wat Andreas voor me betekend(e). Ik hoop voor anderen dat zij ook zo'n band met iemand hebben.
Ik weet niet hoe ik om moet gaan met het verdriet van mijn oma, of met dat van Andreas' lief. Ik ben bang dat als ik het probeer, ik meegesleurd wordt, naar dat diepe verdriet. Ik kan hun verdriet alleen maar vergelijken met het mijne. Maar Andreas was niet mijn lief, niet mijn zoon, en dat is anders. We hebben allemaal verdriet om het zelfde, maar allemaal zo verschillend.
Ik ben veranderd, het afgelopen driekwart jaar. Ik voel me.. volwassener. Al is dat niet het goede woord, want wie weet hoe volwassen zijn voelt? Ik lees veel, voornamelijk onzin. Ik schrijf niet. Eigenlijk. Ik weet niet waarom niet. Het lijkt alsof alles wat ik schrijf nietig is vergeleken bij hoe ik me voel. Ik heb nachtmerries. Elke nacht, en als ik wakker wordt ben ik elke dag opgelucht over het feit dat niemand waarvan ik hou is doodgegaan die nacht.
Ik droomde laatst over hem. Dat gebeurt niet vaak, dat ik droom dat hij leeft. Wel dat we hem missen, of dat hij op reis is, of.. hoe dan ook er niet is. Maar hij was er, die nacht. En trots liet ik hem dingen zien, en vroeg ik advies, en zijn mening. Hij vond het superVET. En toen moest hij weg. Ik werd ontzettend kwaad. Ik zei dat hij het niet kon maken opnieuw weg te gaan, dat hij ons dat verdriet niet mocht aandoen. Dan kon hij beter wegblijven, omdat we dan niet elke keer afscheid hoefden te nemen. Beduusd zei hij dat hij er ook niks aan kon doen. En toen ging hij.
Nu ik dit schrijf lopen de tranen over mijn wangen. Stille tranen. Zomaar.
En toch, gek genoeg, gaat het goed met me. Ik voel me xe9cht goed. Ik leef. Ik mis Andreas als nooit tevoren. Dat wel. Maar hoe kan het ook anders. Hij was, hij is, mijn grote broer.